De confrontatie was intens — voelbaar, zichtbaar en emotioneel.

Ik legde tien bierviltjes op de grond, genummerd van 1 tot 10. Tien stond voor een overvloed aan energie; één betekende compleet leeg. Na een lang gesprek nodigde ik iedereen uit om voor zichzelf te bepalen waar zij stonden in hun energieniveau — en op dat cijfer plaats te nemen.

Aarzelend kwamen ze in beweging. En toen werd het zichtbaar. Lage energiecijfers. Het werd heel stil, dit is echt heftig zei iemand. Ik zag tranen.
Tijdens het gesprek voelde ik het al maar nu was het onmiskenbaar.
Zoals een deelnemer het verwoordde:
“Bam. Hier kunnen we écht niet meer omheen.”

Ongemak overheerste. Bij de deelnemers — want hoe nu verder en hoe lossen we dit op? Maar ook bij mij — want de beschikbare tijd was al meer dan op.

Is dat erg? Een sessie eindigen met zoveel ongemak?
Ik moest er even op kauwen. De fixer in mij heeft namelijk een sterke voorkeur voor een sessie waarin de deelnemers met een goed gevoel de deur uitgaan.

Maar nu zeg ik vol overtuiging: nee.
Dit was precies wat nodig was. Juist het ongemak bracht iets in beweging — en dat zag ik gebeuren.
Sterker nog: er is iets wezenlijks in gang gezet. Een proces dat niet direct opgelost hoeft te worden, maar dat eerst even mag sudderen.
En dat mag ik loslaten. Want echte verandering begint vaak precies daar waar het ongemakkelijk wordt.